Ken je dat? Je zit bij een uitvaartceremonie en de overledene wordt de hemel in geprezen. Een leven vol mooie gebeurtenissen. Niets dan goeds, zoals het hoort volgens het spreekwoord. Maar jij zit daar en denkt, huh… ik heb toch echt ook hele andere kanten gezien en ervaren. Ondertussen twijfel je aan jezelf en aan je eigen beoordelingsvermogen. Misschien ben jij wel degene die zo kritisch is. Hoe dan ook, je zit daar met gemengde gevoelens.

Het spreekwoord zegt ‘over de doden niets dan goeds’ maar het is mijn oprechte ervaring dat de minder fijne eigenschappen of gebeurtenissen best benoemd mogen worden. Dat kan heel liefdevol. Je kunt rauwe randjes aan iemands leven op een heel respectvolle manier benoemen. Dat doet zelfs recht aan de overledene. Geen enkel leven is perfect. Toch?

Een voorbeeld. Twee families, vergelijkbare situatie. In beide gezinnen is er een verbroken contact, ouders hebben een kind al heel lang niet meer gezien en gesproken. Echt, het komt vaker voor dan je denkt. En het komt eigenlijk altijd wel ter sprake tijdens de voorbereiding van de uitvaart.

De ene familie is van mening dat dit kind in het geheel niet benoemd mag worden. Niet op de kaart, niet tijdens de uitvaart. Geen enkele toespeling op het bestaan van dit nageslacht. Uiteraard respecteer ik dat en het kind wordt genegeerd.

De andere familie gaat mee in mijn advies en we benoemen het feit dat er een kind ontbreekt. Dat er soms in het leven een afslag wordt genomen waarvan je de gevolgen niet overziet. Er gaat een zucht door de zaal, het leed wordt benoemd en erkend. Het krijgt een plek zonder er veel aandacht aan te besteden.

En dan komt het.

Het kind, dat tijdens de uitvaart wordt verzwegen, wordt na afloop tijdens het informele samenzijn vaak op alle mogelijke manieren, al dan niet fluisterend, alsnog uitgebreid besproken. Want sjongejonge, wat is het toch wat….

Het kind, waarvan de afwezigheid rauw maar liefdevol benoemd is, wordt erkend. Het wordt uiteraard ook na afloop besproken, maar de angel is eruit. Het is misschien zelfs fijn om erover na te praten.

Het benoemen, het aanraken van die pijn, kan een opening zijn tot een gesprek, tot toenadering. En dat is dan wel iets goeds.